Akkerbouwsector wil vaart maken met collectieve wasplaatsen
Al geruime tijd is bekend dat erfemissie de belangrijkste emissieroute is van gewasbeschermingsmiddelen richting oppervlaktewater. Met het oog hierop heeft de akkerbouwsector het initiatief genomen om, samen met partners, voor de aanleg van collectieve wasplaatsen voor spuitmachines en andere machines een offensief in te zetten. Het blijkt een ingewikkelde puzzel.
"Als het gaat om de emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlaktewater, is de algemene inschatting dat circa 15 procent door drift komt, 35 procent door afspoeling en uitspoeling vanaf het perceel, en 50 procent door erfemissie", vertelt Geert Pinxterhuis, Programmamanager Actieplan Plantgezondheid bij BO Akkerbouw. "Er valt dus enorme winst te behalen als we erfemissie weten te voorkomen."
Erfemissie kan worden veroorzaakt door morsen bij het vullen van de spuittank. Maar per 1 januari 2027 wordt het gesloten vulsysteem verplicht, waardoor dit straks verleden tijd moet zijn. "Erfemissie kan ook optreden als op het erf de spuitmachine wordt schoongemaakt en het waswater naar het oppervlaktewater afstroomt. Of als hij buiten in de regen staat. Veel telers beseffen onvoldoende hoe makkelijk residu aan de buitenkant van de spuitmachine kan leiden tot normoverschrijdingen in het oppervlaktewater", weet Geert Pinxterhuis.
Niet overal mogelijk
In de ideale situatie staat een spuitmachine altijd onder dak gestald en wordt hij gereinigd op een speciaal hiervoor ingerichte wasplaats. Daarbij wordt het spoelwater opgevangen, om vervolgens te worden afgebroken in een zogeheten Phytobac.
"In de ideale situatie heeft iedere teler en loonwerker zo'n wasplaats", vervolgt Geert Pinxterhuis. "Dat is echter in de praktijk niet mogelijk, om verschillende redenen. Zo hebben lang niet alle ondernemers ruimte voor een wasplaats. Ook is een wasplaats een kostbare aangelegenheid en een niet-renderende investering, waardoor dit voor veel telers financieel niet op te brengen is. Tot slot, en dat is zeker zo belangrijk: het aanleggen van een wasplaats is aan veel regelgeving gebonden, zodat dit niet op alle plekken mogelijk is."
Handen ineengeslagen
Een goed alternatief lijkt de aanleg van collectieve wasplaatsen, waar meerdere telers en loonwerkers met hun machines terechtkunnen. Dat betreft dan niet alleen spuitmachines, maar ook andere machines die met gewasbeschermingsmiddel in aanraking zijn geweest, zoals zaaimachines. Op enkele plekken in Nederland zijn inmiddels collectieve wasplaatsen aangelegd.
"BO Akkerbouw heeft samen met enkele andere organisaties de handen ineengeslagen om de aanleg van collectieve wasplaatsen te stimuleren", vertelt Geert Pinxterhuis. "Onze partners zijn Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), LTO Nederland en Cumela (loonwerkers). Samen werken we aan het Offensief Aanleg Wasplaatsen. Dat doen we in nauwe samenwerking met partners binnen het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030, waaronder CropLife NL."
Locaties waar collectieve wasplaatsen zouden kunnen worden aangelegd, zijn bijvoorbeeld vestigingen van werktuigverenigingen, gemeentewerven en bij loonwerkers.
Stroperig
"De term 'offensief' in de naam geeft aan dat we vaart willen maken", vervolgt Geert Pinxterhuis. "Dat is echter nog niet zo gemakkelijk. Het verloopt allemaal veel stroperiger dan we zouden willen. Dat komt vooral doordat collectieve wasplaatsen aan veel verschillende regelgeving zijn gebonden. En doordat veel organisaties (terecht overigens) er iets van moeten vinden, zoals lokale overheden, de omgevingsdiensten, de provincie enzovoorts. We lopen tegen veel bureaucratie aan. Ook schrikt het partijen af dat met de uitvoering veel menskracht en budget is gemoeid."
Ook het vinden van strategisch gelegen locaties vergt het nodige werk, om tot acceptabele aanrijtijden te komen. "En daar komt de financiering dan nog bij. De aanleg is een kostbare aangelegenheid, waardoor ruimhartige subsidie vanuit de overheid een bijkomende voorwaarde is. Kortom, het realiseren van een collectieve wasplaats blijkt een enorm ingewikkelde puzzel, die tijd vergt."
Lering trekken
Mede vanwege de complexiteit durft Geert Pinxterhuis geen tijdspad aan te geven. "Maar hoe dan ook, we willen hier echt vaart mee maken. Gelukkig zijn er al enkele collectieve wasplaatsen in Nederland, waar we lering uit kunnen trekken. Ook de provincies Zuid-Holland en Zeeland maken er serieus werk en stellen subsidie beschikbaar. Het kan dus wel: wellicht kan dat als voorbeeldtraject dienen voor andere provincies. We volgen dit dan ook nauwlettend. Verder gaan we dit inbrengen in de besprekingen over de in te vullen convenanten Gewasbescherming."
Betrokkenheid CropLife NL
CropLife NL is zijdelings betrokken bij dit project en is blij met het initiatief, maar herkent ook de complexiteit ervan. Vooral omdat verschillende partijen en instanties betrokken moeten worden, zoals de gemeente of de omgevingsdienst, die niet altijd op één lijn met elkaar zitten. "We hopen dat dit echt een 'offensief' wordt, dat snel tot resultaat mag leiden. Op die manier draagt dit bij aan het terugdringen van normoverschrijdingen in het oppervlaktewater", aldus Eric Kiers van CropLife NL.