Met de Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 werken we aan 3 strategische doelen.
1. Planten en teeltsystemen zijn weerbaar
In 2030 zijn planten en teeltsystemen weerbaar. Teeltsystemen zijn voor het grootste deel zelfregulerend: ze onderhouden zichzelf. Ziekten en plagen krijgen daardoor minder kans. Ingrijpen is dan minder vaak nodig.
Wat bepaalt de natuurlijke weerstand van een teeltsysteem?
In een weerbaar systeem wordt de natuurlijke weerstand van een gewas bepaald door:
Gebruik zoveel mogelijk robuuste rassen, die tegen een stootje kunnen. En zorg dat het uitgangsmateriaal (zaden, stek, pootgoed, bollen en knollen) schoon, sterk en vrij van ziekten en plagen is.
De planten zijn weerbaar door een weerstand die ze zelf hebben opgebouwd. Of door een voorbehandeling. Aan het begin van de teelt is de biologische buffering het grootst. Dit gebeurt door een schild van helpers. Deze bestaat uit een grote biodiversiteit van (micro)organismen en natuurlijke stoffen.
Een weerbaar teeltsysteem helpt om gewassen weerbaarder te maken. En om ziektes en plagen te voorkomen. Zo’n systeem kan uit een aantal onderdelen bestaan:
• vruchtbaarheid, structuur, leven en vochthuishouding van de bodem;
• een kunstmatige bodem voor plantengroei (substraat);
• het (micro)klimaat;
• gebruik van natuurlijke bestrijders, zoals gaasvlieglarven en roofmijten.In de inrichting van het teeltsysteem gaat het erom natuurlijke eigenschappen en processen te versterken. Als teler kunt u op bedrijfsniveau of regionaal niveau samenwerken. Daardoor vullen plantaardige productie en ander gebruik van land (bijvoorbeeld veeteelt) elkaar aan. Deze manier van telen past bij wat de natuur (zoals de bodem) aankan.
Precisieland- en tuinbouw ondersteunt de geïntegreerde aanpak. Door nieuwe technologie kunt u sneller ziekten en plagen opmerken en gerichter ingrijpen. Dit kan bijvoorbeeld met sensoren en drones.
Moet u toch ingrijpen? Dan kan dat op een slimme en milieuvriendelijke manier. We noemen dit geïntegreerde gewasbescherming. Hierbij werkt u met:
• preventieve en niet-chemische maatregelen;
• biologische bestrijders;
• agro-techniek.
2. Land- en tuinbouw en natuur zijn met elkaar verbonden
In 2030 is de natuur op en rond landbouwgrond rijk en veelzijdig. De natuur levert nuttige hulp: bestuivers, natuurlijke vijanden van plagen, en een vruchtbare bodem.
Biodiversiteit
Biodiversiteit rondom landbouwpercelen levert schuilplaatsen voor natuurlijke vijanden (biologische bestrijders). Zorg daarom voor groene stroken tussen percelen of natuurgebieden rondom percelen. Zo draagt u bij aan een sterker ecosysteem. En helpt de natuur mee om uw gewas gezond te houden.
3. Bijna geen uitstoot naar het milieu en bijna geen resten op producten
Gebruikt u toch gewasbeschermingsmiddelen? Dan kunt u gebruikmaken van innovatieve technieken om schade in de natuur te beperken. Door goede toepassingsapparatuur moeten gewasbeschermingsmiddelen alleen daar terechtkomen waar ziekten, plagen of onkruiden zich voordoen.
Voor voedselveiligheid houden we hoge beschermingsniveaus aan. Bij nieuwe inzichten in veiligheid kijken we steeds of het beschermingsniveau voldoet aan de vooraf gestelde waarden. Worden middelen ingezet zoals beschreven in de Toekomstvisie Gewasbescherming 2030? Dan neemt de kans op resten op producten af.
