Om de landbouw duurzamer te maken, kiezen we met het uitvoeringsprogramma voor 3 uitgangspunten.
- De agrarisch ondernemer staat centraal.
- Vanuit verschillende bouwstenen werken aan weerbare teeltsystemen.
- De structuur is helder en transparant.
1. De agrarisch ondernemer staat centraal
De agrarisch ondernemer centraal stellen betekent de omgeving mee laten werken aan een duurzamere landbouw. Zodat de agrarisch ondernemers vanzelf de juiste keuzes maken. Dat betekent dat hun leveranciers en afnemers mee moeten helpen. Ook moeten we de agrarisch ondernemers beschermen tegen oneerlijke concurrentie. Zo zijn producten uit andere landen soms goedkoper, omdat zij minder duurzaam zijn.
De Nederlandse land- en tuinbouw is sterk. Dat komt omdat de agrarisch ondernemers verschillend werken. Sommigen werken biologisch, anderen niet. Sommigen gebruiken veel technologie en anderen weinig. Het is wel belangrijk om in de transitie deze kracht te houden.
Hoe stellen we de agrarisch ondernemer centraal?
We stellen de agrarisch ondernemer centraal door:
-
partijen te binden;
We richten ons niet alleen op de agrarisch ondernemer. We binden ook partijen in de omgeving van die ondernemer aan de transitie. Zoals adviseurs, winkels, banken, lokale overheden en de agrarische industrie. Zo kan de agrarisch ondernemer geld blijven verdienen. En als iedereen kleine stappen zet, bereiken we samen veel. - de agrarische sector duurzamer te maken.
Steeds meer agrarisch ondernemers hebben moeite met het telen van gezond en winstgevend gewas. Er zijn namelijk steeds minder chemische gewasbeschermingsmiddelen. En er zijn meer regels voor het gebruik ervan. Ook is er steeds minder biodiversiteit in en om het agrarisch gebeid.
We verduurzamen de agrarische sector door te werken aan:
Agrarisch ondernemers hebben voldoende financiële middelen nodig om te investeren in duurzaamheid. Dit kan bijvoorbeeld als zij een eerlijke prijs krijgen voor duurzame producten. Binnen de Europese Unie moeten dan dezelfde spelregels gelden. Hierbij moeten we ook rekening houden met de verschillende omstandigheden in de landen.
Hulp bij de omslag maken
De agrarische keten en - afzetmarkt moeten de agrarisch ondernemer helpen om te schakelen naar een weerbaar teeltsysteem. Ook kijkt de overheid naar mogelijkheden voor regelingen die agrarisch ondernemers stimuleren om anders te werken.Nu zijn er nog genoeg maatregelen en gewasbeschermingsmiddelen tegen ziekten, plagen en onkruid. Maar dit pakket wordt steeds kleiner en minder effectief in de omslag naar kringlooplandbouw.
Dit zijn 2 voorbeeldredenen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen komen:
1. De afzetmarkt voor gewasbeschermingsmiddelen is klein
Nederlandse land- en tuinbouwers telen vaak speciale gewassen. De markt voor gewasbeschermingsmiddelen is dus klein. Bedrijven ontwikkelen daarom minder middelen. Dit kan invloed hebben op de kwaliteit, opbrengst en de mogelijkheden om deze teeltproducten te verkopen.2. Producten komen niet altijd door de toelatingsbeoordeling
Ook in weerbare teeltsystemen kunnen ziekten uitbreken. Als dat gebeurt heeft u als agrarisch ondernemer snel een gewasbeschermingsmiddel nodig. Het liefst een middel dat niet schadelijk is voor de natuur. Maar deze middelen komen niet altijd door de toelatingsbeoordeling heen. Dat komt door de risico’s van de middelen voor mens, dier en milieu.In Europa moet het toelatingssysteem voor nieuwe middelen beter. Wij willen dat bedrijven meer investeren in laag-risicomiddelen, zoals biologische middelen. Dit kan door:
- procedures te verbeteren;
- kosten te verlagen;
- middelen te beoordelen op risico's.
De keuring moet wel gebeuren met wetenschappelijk bewezen beoordelingstechnieken. Een onafhankelijke organisatie moet dit doen.
Andere opgaven zijn onder andere het zorgen voor:
- passende wet- en regelgeving en de mogelijkheid om te experimenteren. Om zo nieuwe veredelingstechnieken te kunnen toepassen (bijvoorbeeld CRISPR/Cas);
- belangrijke en bruikbare kennis over de ontwikkeling en de instandhouding van een weerbaar teeltsysteem;
- plantengezondheidseisen (fytosanitaire eisen) en veiligheidseisen voor uitgangsmateriaal, voedsel en veevoeder, zoals schimmelgifstoffen. Dit in verband met de internationale handel;
- samenwerking bij onderwerpen die grenzen aan gewasbescherming, zoals mest. Zoals regelgeving voor producten die effect hebben op de groei en weerstand van planten (biostimulanten) en bodembeheer;
- handhaving, zodat afspraken worden nagekomen. En het niet nakomen wordt ontmoedigd.
2. Vanuit verschillende bouwstenen werken aan weerbare teeltsystemen
Agrarisch ondernemers gebruiken verschillende bouwstenen om planten en teelten sterker te maken. De bouwstenen hiervoor zijn:
- De juiste gewassen kiezen.
- De juiste manier van telen.
- Biologische, chemische en technische mogelijkheden bepalen.
- Een goede bodem.
- De juiste bemesting.
- Het teeltsysteem moet passen bij de fysieke -, sociale -, biologische - en economische omgeving.
- Genoeg organismen en natuurlijke stoffen, die planten sterker maken.
Geïntegreerde aanpak
Ook in weerbare teeltsystemen kunnen ziekten, plagen en onkruid voorkomen. Agrarisch ondernemers moeten steeds inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Volgens de principes van geïntegreerde gewasbescherming kunnen zij dan beslissen welke maatregelen nodig zijn. Het liefst gebruiken zij hiervoor laag-risicomiddelen.

Beeld: © LNV
Bloemrijke akkerranden
Hoe wij de voortgang meten
Elk jaar wordt het uitvoeringsprogramma gecontroleerd met graadmeters. Als het nodig is, passen wij het programma aan. Deze graadmeters moeten:
- duidelijk zijn over inspanningen, prestaties en doelen;
- specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden (SMART)
- belangrijk blijven tijdens de omslag naar een duurzamere landbouw;
- praktisch uitvoerbaar zijn;
- weinig administratie geven voor agrarisch ondernemers;
- door alle partijen worden gesteund.
Onafhankelijke controle
Wij laten de voortgang van het uitvoeringsprogramma onafhankelijk controleren. Wij zijn gestart met het meten op 5 indicatoren, die al beschikbaar waren bij andere wet- en regelgeving:
- Normoverschrijdingen oppervlaktewater;
- Normoverschrijdingen drinkwaterinname punten;.
- Overschrijding residuen (restanten van gewasbeschermingsmiddelen) op producten;
- Harmonised Risk Indicators:
- trend van verkoop van werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen en;
- trend in aantal verleende vrijstellingen; - Beschikbaarheid laag-risico middelen.
Het eerste rapport is in het voorjaar van 2023 gepubliceerd.
Monitoringsrapport Toekomstvisie Gewasbescherming 2023
Dashboard
De resultaten van de jaarlijkse monitoring van het uitvoeringsprogramma geven wij visueel weer in een dashboard. Hierop ziet u de voortgang van de 3 strategische doelen van het uitvoeringsprogramma. Tijdens het transitieproces kunnen wij nog indicatoren ontwikkelen en toevoegen. Dan breiden we het dashboard verder uit.
3. De structuur is helder en transparant
De organisatie van het uitvoeringsprogramma is helder en transparant. De betrokken partners hebben samen de uitgangspunten voor dit programma opgesteld.
De structuur voor de toezicht op het uitvoeringsprogramma ziet er in een schema als volgt uit:
Beeld: © Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Organogram van de organisatie van het Uitvoeringsprogramma gewasbescherming 2030
De stuurgroep bewaakt de koers van het programma en de algehele voortgang. Het transitieteam en de klankbordgroep informeren en adviseren de stuurgroep. Iedere partij die betrokken is bij het uitvoeringsprogramma heeft een vertegenwoordiger in de stuurgroep.
De klankbordgroep is de onafhankelijke adviesgroep voor het uitvoeringsprogramma. De klankbordgroep is extern, positief kritisch en constructief. De negen leden van de klankbordgroep zijn aangesloten vanwege hun deskundigheid. Zij adviseren gevraagd en ongevraagd de stuurgroep. Dat doen zij op inhoud maar ook op het proces van de transitie.
Het transitieteam bewaakt de inhoud en de integratie over alle onderdelen van het uitvoeringsprogramma. Het houdt in de gaten of acties moeten worden bijgesteld. Of dat er nieuwe acties nodig zijn om de totale voortgang te bewaken. Het transitieteam kan instructies geven aan de werkgroepen en informeert en adviseert de stuurgroep.
Het programmabureau bewaakt het proces en stuurt de werkgroepen aan. Dit gebeurt samen met het transitieteam. Daarnaast ondersteunt het programmabureau het transitieteam met het opzetten van plannings- en rapportagesystemen, procedures en tijdlijnen. Hierdoor kan het transitieteam monitoren (in de gaten houden) of het gehele uitvoeringsprogramma genoeg vooruit gaat. Het transitieteam en het programmabureau rapporteren gezamenlijk regelmatig aan de stuurgroep. Het gaat dan over inhoud en proces, inclusief voorstellen voor bijsturing. Zowel wat betreft de inhoudelijke als de te volgen procedures.
De 6 werkgroepen voeren de acties uit die door de deelnemende partijen van het uitvoeringsprogramma zijn opgesteld en komen, na overleg met de deelnemende partijen, als dat nodig is met voorstellen voor nieuwe acties.
